Terug naar Griekse gyrosschotel uit de oven Jij & zelfzorg

Bij je kinderen is je stem het eerst op

Fleur Jansen 7 min lezen
Bij je kinderen is je stem het eerst op

Op een gewone ochtend corrigeer je hem een keer of vijf. Bij de kinderen ben je de tel kwijt. Daar raakt je stem dus het eerst op, en dat merk je precies wanneer het ertoe doet.

Tel je correcties eens op een gewone ochtend. Tegen hem zijn het er misschien vijf: de lamp, zijn jas, de vaatwasser. Tegen de kinderen ben je halverwege de gang de tel kwijt. Tanden, jas, schoenen, telefoon, huiswerk, opschieten, en dan nog een keer tanden.

Daar raakt je stem dus het eerst op. En je merkt het precies op het moment dat het ertoe doet, als er werkelijk iets is met een van hen en je hoort jezelf praten tegen een rug.

Waarom je zoon je niet meer hoort

Een signaal dat de hele ochtend klinkt, verliest zijn waarde. Je zoon hoort niet dat déze zin anders is dan de vorige, want er zit niets in je toon of je timing waaraan hij dat kan afmeten. Hij haakt af, en van zijn kant heeft hij daar gelijk in: hij heeft geleerd dat veel van wat je zegt vanzelf overwaait, en dat is ook zo.

Waar je het aan merkt is niet dat hij tegenstribbelt. Het is dat hij ophoudt met vertellen. Hij zegt niet meer dat het goed ging bij die toets, want de kans is groter dat je vraagt naar dat andere vak. Hij meldt wat hij moet melden en verder houdt hij het bij zich, en dat is precies het kind waarvan je later zegt dat hij zo gesloten is geworden.

Bij je dochter zie je iets anders. Zij past zich juist aan, en zij begint haar zinnen tegen jou met "sorry, mag ik even". Dat heeft ze ergens geleerd, en meestal is dat thuis. Een kind dat de hele dag gecorrigeerd wordt, gaat zichzelf vooraf aankondigen als iemand die waarschijnlijk weer iets fout doet.

En dan schuift die toon door naar hem

Bij kinderen ís corrigeren je werk. Dat is precies waarom die toon zo makkelijk de rest van het huis in loopt: je hebt hem de hele dag aanstaan, en om zes uur zet je hem niet uit.

Psychiater Eric Berne beschreef hoe mensen in vaste rollen schieten zodra ze met elkaar praten. Eén daarvan is de kritische ouder: degene die corrigeert, controleert en beoordeelt. Zodra jij daar staat, zakt de ander vanzelf in de kindrol, mokkend of gehoorzaam. Relatietherapeuten zeggen het tegen zulke mannen zonder omhaal: ze behandelt je alsof je een luie tiener bent.

Die twee rollen houden elkaar overeind. Hoe meer jij corrigeert, hoe meer hij zich gedraagt als iemand die dat nodig heeft.

Zijn terugtrekken gaat in vier stappen

De eerste merk je zelden. Eerst is hij gekwetst, want hij had wel degelijk zijn best gedaan. Dan wordt hij verbitterd, en dat hoor je aan kortere antwoorden. Daarna gaat hij twijfelen of hij het eigenlijk wel kan. En dan trekt hij zich terug, en dat is meestal het moment waarop jij pas doorhebt dat er iets speelt.

Dan is hij bij de zin die in elk verhaal van zo'n man voorkomt: waarom zou ik nog moeite doen, het is toch nooit goed. Wie thuis geen respect meer voelt, haalt het waar het nog te krijgen is, meestal op zijn werk. Dat is geen desinteresse, dat is iemand die opzoekt waar hij nog meetelt.

Je hebt gelijk over de jas, over de tanden en over de telefoon. Precies daarom hoort niemand je nog als je een keer iets belangrijks zegt.

En je kinderen hebben dat zien gebeuren

Terwijl die toon van hen naar hem verschoof, zaten zij ernaast. Ze hebben hun vader jarenlang gecorrigeerd zien worden over hoe hij de tafel dekt en welke route hij neemt. Daar trekken ze hun conclusie uit over wat hij waard is, en die conclusie hoor je terug in hoe ze zelf tegen hem praten.

Dat blijft niet bij dit huis. Een kind leert wat een partner waard is door te kijken hoe jij met de zijne omgaat, en het neemt dat mee naar zijn eigen keuken. Je dochter leert hoe je een man toespreekt. Je zoon leert wat hij straks te verduren krijgt en accepteert.

En er is een tweede les, die stiller is. In dit huis hoor je niets als je iets goed doet en wel iets als je het vergeet. Dat is geen opvoeding maar een boetesysteem, en dat hebben ze snel door. Wie weet dat er alleen wordt geteld wat misgaat, gaat vanzelf minder ondernemen.

Waarom je dit doet, en het is niet omdat je zeurt

Wie de hele dag alles ziet, zegt overal wat van. Jij weet wanneer de zwemles verzet is en welke maat schoenen ze nu heeft, en verder weet niemand dat. Dat is werk dat niemand je heeft opgedragen en dat niemand ziet.

Dat verlangen om gezien te worden moet ergens heen, en het komt naar buiten als kritiek. Je vraagt niet rechtstreeks om hulp, want je hebt allang geconcludeerd dat vragen niets oplevert. Dus lekt het weg in opmerkingen over een jas. En vaak zit er nog iets onder: thuis werd vroeger ook zo gepraat, en dan is corrigeren gewoon de taal die je hebt meegekregen.

Wat je morgen anders doet

Je hoeft niet zachter te praten en je hoeft niets in te slikken. Het gaat erom dat het verschil weer hoorbaar wordt tussen wat je opmerkt en wat er werkelijk toe doet.

  • Kies 's ochtends per kind en voor hem één ding dat vandaag telt, en zeg alleen dat.
  • Vraag wat je wilt in plaats van te benoemen wat er mis is. Niet "de was ligt er nog steeds", maar "wil jij vandaag de was doen".
  • Zeg één keer per dag hardop iets goeds over hem waar de kinderen bij zijn.
  • Laat de jas hangen en de lamp branden. Wat het je kost om er iets van te zeggen, is meer dan het oplevert.
  • Logistiek telt niet mee. "Schoenen aan, we gaan" is de dag draaiend houden, dat blijf je zeggen.

Dat tweede punt is het belangrijkste en het voelt het ongemakkelijkst. Een verzoek klinkt kwetsbaarder dan een verwijt, en dat is precies waarom je jarenlang het verwijt koos. Maar op een verzoek kan iemand ja zeggen. Op een verwijt kan hij alleen verdedigen.

Je stem wordt niet zwaarder door harder te praten, maar door zeldzamer te worden. Dat is het enige aan deze hele situatie dat volledig in jouw hand ligt.

En als er dan nog steeds niets verandert

Zolang je de hele ochtend door iets zei, kon niemand het verschil horen. Zeg je nog maar één ding en gebeurt er alsnog niets, dan hoort hij het prima en kiest hij ervoor. Dat is een ander gesprek, en dat voer je op een avond met één onderwerp en zonder de jas erbij.

Word je kleingemaakt waar de kinderen bij zijn, of hoor je aan tafel dat je overdrijft, dan gaat dit stuk niet over jou en repareer je niets met een aardiger toon.

Wat er dan gebeurt

De eerste dag merk je niets, en dat hoort erbij. Je bent iets aan het afleren wat er in jaren is ingeslopen, en zij zijn iets aan het afleren dat hun al die tijd goed van pas kwam.

Let daarna op één ding: het moment waarop je zoon uit zichzelf iets vertelt wat niet moest. Dan weet je dat je stem weer ergens over gaat. Je dochter houdt op met sorry zeggen voor haar eigen zin, en je man kijkt op als je begint te praten. En het huis klinkt een stuk zachter, omdat er veel minder in gecorrigeerd wordt.

Bronnen

  • Eric Berne, Games People Play (1964), over de rol van de kritische ouder en hoe de ander daarop in de kindrol schiet.
  • John Gottman, Why Marriages Succeed or Fail (1994), over het verschil tussen een klacht over gedrag en kritiek op de persoon.
  • Carla Devereux, My wife complains about everything I do, over de ouder-kinddynamiek tussen partners en wat kinderen ervan meekrijgen.
  • Golda Mikel, My wife is a complainer: she always finds faults, over de vier fasen waarin een man zich terugtrekt en waarom hij zich op zijn werk meer gewaardeerd gaat voelen.

Elke dag een nieuw artikel?

Zet notificaties aan en ontvang dagelijks een beetje inspiratie voor jullie relatie.

Notificaties aanzetten